|
|
|
 |
Op pad met Els Spanjer
|
| In het spoor van Eric de Noorman |
|
|
|
|
Een frisse zeewind speelt met mijn haar. Ik loop over de toppen van weerbarstige kliffen. Wandelen op de Shetland Eilanden is puur natuur. Het combineert fantastische vergezichten over de Atlantische Oceaan met sprankelende lochs en heuvels vol heide. Geen boom te bekennen. Halverwege Amsterdam en de poolcirkel, midden in de oceaan, dichter bij het Noorse Bergen dan Schotlands hoofdstad Edinburgh, krijgt wandelen een andere dimensie.
|

Er wappert een Schotse vlag boven de geel-witte vuurtoren van Eshaness. Dat valt op. Tot nu toe zag ik alleen de vlag van Shetland. Ook blauw, maar met een wit St Georgekruis, in plaats van het schuine Andreaskruis van de Schotse vlag. Shetlanders zijn dan ook geen Schotten. Keer op keer krijg ik op het hart gedrukt dat ze echt een Eric de Noorman als voorouder hebben. Kijk maar naar de plaatsnamen, zeggen ze, die hebben bijna allemaal een Noorse oorsprong: Hamnavoe, Urafirth, Hamar, Papa Stour, Yell, Lerwick.
Mijn eerste tocht loop ik op Eshaness, het westelijkste deel van Northmavine. Het is nog net geen eiland. Bij de smalle landengte van Mavis Grind (de Nauwe Poort) lukte het de oceaan bijna een verbinding naar de Noordzee te slijpen. Nog tot de jaren vijftig van de vorige eeuw sleepten vissers hier, net als de vikingen voor hen, hun boten honderd meter over land. Zo konden ze de gevaarlijke route langs de noordpunt van Northmavine vermijden. Je moet hier proberen een steen vanaf het Noordzeestrand naar de Atlantische Oceaan te gooien, hoorde ik in hoofdstad Lerwick. Dan mag je een wens doen. Jammer, te weinig armspieren, ik haal nog niet de helft.
Geen boom te bekennen
Vanaf het Eshaness Lighthouse loop ik landinwaarts naar het eind van Calder’s Geo, een diepe, duistere spleet in de kust. Alsof een Noorse god probeerde de rotskust in tweeën te klieven. Schapenpaadjes leiden over een immens grasgazon naar het noorden. Kilometers ver valt er geen boom te bekennen. Vlak voor de kust beukt de oceaan dreunend op een kolossale rots, Moo Stack. Papagaaiduikers, hier heten ze tammie nories, vliegen af en aan om hun jongen te voeden. Glasaaltjes steken netjes links en rechts uit hun stompe snavels. Vurige vulkanen en ijzige gletsjers hebben de meest ongelooflijke trucs met de aardkorst uitgehaald en Shetlands beroemde geologie gevormd. Ik sta op een waar gesteenteparadijs. Hier liggen de oudste rotsen van Groot-Brittannië, drie miljard jaar oud.
Duivelse gaten.
De oceaan sleep diepe grotten uit. Soms stortte het dak in. Zoals bij de Holes of Scraada, de Gaten van de Duivel. Eerst waren er twee gaten. Het moet in 1873 flink hebben gedreund toen een van de natuurlijke bruggen het begaf en er een eindje van de steile klifrand één langgerekt, gapend gat ontstond. In de diepte kolkt de oceaan door een onzichtbare tunnel bruisend naar binnen. Ik buig weg van de kust en volg stroomopwaarts het beekje dat uiteindelijk in het gat van Scraada tuimelt. Een paar ruïnes van kleine watermolens verraden menselijke activiteit in vroeger eeuwen. Dat doet ook de broch van Houlland, een van de honderdtwintig ronde verdedigingstorens die de Picten overal langs de Shetlandse kust bouwden. Ze dateren uit de eerste eeuw voor Christus. De dubbele muur is uit ongemetselde stenen opgebouwd op een kunstmatig eilandje in het Houllandmeer. Als er gevaar dreigde trokken mens en dier zich terug binnen de dikke wanden. Het zijn geheimzinnige torens. Vooral omdat je brochs alleen in Schotland vindt en nergens anders op de Britse eilanden. 
Terug in Lerwick heb ik nog een uurtje voor het donker wordt. Ik start in de haven bij het monument voor de walvisvaarder Diana. Die zat in 1866 een hele poolwinter bij Groenland vast in het ijs. De bemanning bestond overwegend uit Shetlanders. Na het ronden van The Knab, een rotsige uitstulping, eindig ik mijn stadswandeling bij mijn tweede broch van de dag, de gerestaureerde Clickimin broch.
Maalies en skarfs
Vandaag heb ik twee rondwandelingen op mijn programma. Een op St. Ninian Isle, beroemd vanwege de Pictische zilverschat die de aarde er in 1958 prijs gaf. Het eilandje is door een witte tombola, een landengte van schelpenzand, met de kust verbonden. De tweede loopt rond het vogelreservaat Loch of Spiggie. Het lawaai van Maalies (stormvogels), skarfs (kuifaalscholvers) en hoodie, peerie en gewone maa’s (allerlei meeuwen) is niet van de lucht. In net geen zes uur vaart de ferry Hrossey van Northlink Ferries me ’s avonds naar Kirkwall op Mainland, Orkney, mijn volgende wandeleiland.
 |
|
|
|
|
| |